Land van Oorsprong
: Engeland
Land van Ontwikkeling : Australië
Publicatiedatum van de originele geldige standaard : 25-10-2000
GEBRUIKSKENMERKEN
:
Een goede werkende terriër met het vermogen om onder de grond te gaan.
Een uitmuntende
gezelschapshond.
KLASSIFICATIE
FCI :
Groep 3: Terriërs
Sectie 2: Kleine Terriërs
Met werkproef
BEKNOPTE GESCHIEDENIS
:
De Jack Russell Terriër vindt zijn oorsprong in het Engeland van de 19de
eeuw, dankzij de inspanningen van Dominee John Russell. Hij ontwikkelde een
stam Foxterriërs, die paste bij zijn behoefte aan een hond die met de
Foxhounds mee kon lopen en die onder de grond kon gaan om de vos en ander
schadelijk wild te "laten springen" uit zijn hol. Er ontstonden
twee variëteiten met fundamenteel gelijkvormige standaarden, behalve
in verschillen, voornamelijk in hoogte en verhoudingen. De grotere, vierkantere
hond is bekend als de Parson Russell Terriër en de kleinere, iets langer
gebouwde hond is bekend als de Jack Russell Terriër.
ALGEMEEN VOORKOMEN
:
Een sterke, actieve, lenige, werkende terriër met een geweldig karakter
en een flexibel lichaam van gemiddelde lengte. Zijn vlugge bewegingen passen
bij zijn levendige uitdrukking. De staart kan, naar keuze, al dan niet gecoupeerd
worden en de vacht mag gladharig, ruwharig of "broken" zijn.
BELANGRIJKE LICHAAMSVERHOUDINGEN
:
De gehele hond is langer dan hoog.
De lichaamsdiepte van schoft tot onderzijde van de borstkas behoort gelijk
te zijn aan de beenlengte van elleboog tot de grond.
De omvang van het lichaam achter de ellebogen behoort ongeveer 40-43 cm te
zijn.
GEDRAG/TEMPERAMENT
:
Een levendige, alerte en actieve terriër met een levendige, intelligente
uitdrukking. Moedig en onbevreesd, vriendelijk maar zelfverzekerd.
HOOFD :
SCHEDELGEDEELTE:
Schedel : De schedel behoort vlak te zijn en van een gemiddelde breedte, die
geleidelijk smaller wordt naar de ogen en toeloopt in een brede voorsnuit.
Stop : Duidelijk gedefinieerde stop, die niet te uitgesproken mag zijn.
AANGEZICHTSGEDEELTE
:
Neus : Zwart
Voorsnuit : De lengte van de stop tot de neus behoort iets korter te zijn,
dan de lengte van de stop tot de achterhoofds-knobbel.
Lippen : Goed aansluitend en zwart ge-pigmenteerd.
Kaken en gebit : Zeer sterk, diep, breed en krachtig. Sterke tanden, die sluiten
in een schaargebit.
Ogen : Klein,donker en met een levendige uitdrukking. MOGEN niet bol zijn
en de leden moeten goed aangesloten zijn. De oogleden moeten zwart gepigmenteerd
zijn. Amandelvormig.
Oren : Knopoor of hangend oor, van goede structuur en grote beweeglijkheid.
Wangen : De wangspieren behoren goed ontwikkeld te zijn.
HALS :
Sterk en droog, geschikt om het hoofd in balans te dragen.
LICHAAM :
Algemeen : Rechthoekig
Rug : Recht. De lengte van schoft tot staartaanzet moet iets groter zijn dan
de hoogte van schoft tot de grond.
Lendenen : De lendenen behoren kort, sterk en goed gespierd te zijn.
Borst : De borst is eerder diep dan breed, met voldoende afstand tot de grond,
zodat de onderzijde van de borstkas zich halverwege de grond en de schoft
bevindt. Vanuit de ruggengraat behoren de ribben goed gewelfd te zijn, waarna
ze vlakker worden naar de zijden toe, zodat de omvang achter de ellebogen
te spannen is met twee handen (span ongeveer 40 - 43 cm).
Borstbeen : Punt van het borstbeen duidelijk voor de schouderpunt.
STAART :
Mag hangen in rust. In beweging moet de staart omhoog gedragen worden en wanneer
gecoupeerd, behoort de staartpunt op dezelfde hoogte gedragen te worden als
de oren.
LEDEMATEN :
VOORHAND :
Schouders : Goed schuin naar achter liggend en niet zwaar beladen met spieren.
Voorbenen : Recht
van bot van de elleboog tot de tenen, zowel van voren als van opzij bezien.
Opperarm : Van voldoende lengte en met voldoende hoeking, zodat de ellebogen
onder het lichaam kunnen staan.
ACHTERHAND :
Sterk en gespierd, in balans met de schouderpartij.
Knieën : Goed gehoekt
Achterbenen (Middenvoet) : Parallel, be-zien van achteren in vrije stand.
Hakken : Laag geplaatst.
VOETEN :
Rond, hard, stevige voetzolen, niet groot, tenen matig gewelfd, niet in- of
uit-draaiend.
GANGWERK/BEWEGING
:
Vrij, zuiver en veerkrachtig.
VACHT :
BEHARING :
Mag glad, "broken" of ruw zijn. Moet weersbestendig zijn. Vachten
mogen niet veranderd worden (door trimmen) om glad of broken te lijken.
KLEUR :
Wit MOET overheersen met zwarte en / of tankleurige aftekeningen. De tankleurige
aftekeningen kunnen van de lichtste tot de warmste tankleur (kastanje) zijn.
MAAT EN GEWICHT
:
Ideale hoogte : 25 cm (10 inch) tot 30 cm (12 inch).
Gewicht : Dusdanig dat 1 kg gewicht met 5 cm hoogte overeenkomt. Dat houdt
in dat een hond van 25 cm hoogte ongeveer 5 kg behoort te wegen en een hond
van 30 cm hoogte 6 kg behoort te wegen.
FOUTEN :
Elke afwijking van de voorafgaande punten moet aangemerkt worden als een fout
en de ernst waarmee de fout aangemerkt moet worden, moet in juiste verhouding
staan tot de mate waarin hij voorkomt en het effect van deze fout op de gezondheid
en het welzijn van de hond. De volgende afwijkingen echter behoren in het
bijzonder bestraft te worden:
Gebrek aan de juiste terriërkenmerken
Gebrek aan balans, d.w.z. overdrijving van welk punt dan ook
Trage en ongezonde gangen
Fout gebit
Elke hond, die duidelijk lichamelijke afwijkingen of gedragsafwijkingen vertoont, moet gediskwalificeerd worden.
N.B. :
Mannelijke dieren behoren twee, duidelijk normale testikels te hebben, die
volledig zijn ingedaald in de balzak.
Laatste aanpassing 3 juli 2009 nav FCI-circulaire 48/2009